✓ 100% legaal en gratis: Publiek domein. Bron: Project Gutenberg. Geen registratie.
Dit werk behoort tot het publiek domein — de auteursrechten zijn verlopen. Bron: Project Gutenberg. Downloaden is 100% legaal en zonder registratie.
Frankenstein of de Moderne Prometheus werd anoniem gepubliceerd in 1818, toen Mary Shelley achttien jaar oud was. De ontstaansgeschiedenis heeft zijn eigen mythische status gekregen: de zomerweddenschap van 1816 op de Villa Diodati bij Genève tussen Mary Godwin, Percy Shelley, Lord Byron en zijn arts Polidori, ieder gevraagd een spookverhaal te schrijven. Victor Frankenstein, student in de natuurwetenschappen, slaagt erin een wezen te animeren uit lichaamsdelen van lijken, wordt door afschuw overvallen zodra het ontwaakt, en vlucht. Het verlaten wezen leert taal, ontdekt zijn oorsprong via gevonden dagboeken, en begint een reeks vernietigingen van Victors dierbaren nadat diens weigering hem een metgezel te geven hem van elke menselijke verbinding afsluit. De structuur is narratief gelaagd: Walton schrijft vanuit het poolijs aan zijn zus over wat Frankenstein hem vertelt, en in het hart daarvan vertelt het wezen zijn eigen versie.
De drieledige structuur dwingt drie gedeeltelijk onverenigbare versies van dezelfde feiten te wegen. Frankenstein presenteert zich als slachtoffer van zijn eigen ambitie; het wezen presenteert zich als door zijn schepper verlaten zonder enig middel zijn toestand te overleven; Walton hoort beiden en kan niets verifiëren. Shelley weigert een oordeel te vellen: noch Frankenstein, die schiep zonder zich om het gevolg te bekommeren, noch het wezen, dat onschuldigen doodt als respons op verlatenheid, wordt van een enkelvoudige schuld ontlast. Het wezen, aan wie Frankenstein geen naam geeft, en die afwezigheid van naam is ook afwezigheid van erkende identiteit, is de literaire figuur die de cultuur heeft gebruikt om na te denken over wat de schepper zijn schepping verschuldigd is. Die vraag was in 1818 actueel in de context van de industriële revolutie en is vandaag opnieuw urgent in de discussie over kunstmatige intelligentie en bio-ethiek.
Frankenstein anticipeert precies de termen van het hedendaagse debat over gecreëerde intelligentie: wat men verschuldigd is aan een wezen dat men heeft gemaakt, of creëren zonder te voorzien in het voortbestaan van het gecreëerde moreel equivalent is aan het verlaten van een kind. Shelley belichaamde die vragen in een papieren wezen met de hoogste verwachtingen van solidariteit en de meest volledige ervaring van afwijzing. Dat de roman werd geschreven door iemand die al een kind had verloren en getuige was geweest van zelfdoding van een naaste, is geen biographisch voetnoot: het is de context die de emotionele precisie van de tekst over verlatenheid verklaart en haar onderscheidt van een loutere speculatieve oefening.
Thomas Mann ontving de Nobelprijs mede voor Buddenbrooks, zijn debuutroman.